Home Artikelen Weblog Prikbord Forum Bibliotheek Agenda

Competenties verzorgende

5 februari 2009, thema: Opleiden & Begeleiden

Welke competenties heeft een verzorgende nodig? Anne Marie Vaalburg van Sting bekeek het kwalificatiedossier kritisch op competenties die in de praktijk nodig zijn voor verantwoorde zorg. Conclusie: De ontwikkelingen in het werkveld vragen om bijstelling van het kwalificatiedossier.


Dat verzorgenden ‘in dialoog' moeten gaan is natuurlijk prima: De ‘Ik-weet-wat-goed-voor-u-is-houding' is immers voorgoed verleden tijd. Maar de competenties regie bij de cliënt laten, zelfstandig werken en kunnen reflecteren op eigen handelen verdienen meer aandacht in het dossier. De ontwikkelingen in het veld vragen om een volwassen beroepsbeoefenaar die zelfstandig aan de slag kan met de cliënt en kritisch op haar eigen handelen kan reflecteren.    

 

  

Welke competenties vraagt verantwoorde zorg?

  

Normen voor verantwoorde zorg is de titel van de visie die instellingen, beroepsbeoefenaren en cliënten formuleerden op goede zorg. Wat zegt deze visie over de competenties die verzorgenden in huis zouden moeten hebben? En wat zeggen verzorgenden zelf?

Sting, beroepsvereniging van verzorgenden onderzocht het en maakte een vergelijking met de competenties die worden genoemd in het kwalificatiedossier MBO verzorgende IG dat vanaf september 2008 in gebruik is.

Je kunt dit dossier hier downloaden.

 

Kwaliteit van leven als centrale waarde in de zorg

 

Gezamenlijk formuleren wat verantwoorde zorg is, dat was de wens van instellingen, beroepsbeoefenaren en cliënten na alles wat er in de media aan negatieve berichten over de verpleeg- en verzorgingshuizen naar buiten was gebracht. Inmiddels is die visie op verantwoorde zorg er. We bekijken hem wat nader. 

In de visie op verantwoorde zorg is de focus op enkel fysieke gezondheid en hygiëne verlegd naar een focus op de totale mens die actief wil zijn, zich thuis wil voelen, zich geestelijk goed wil voelen en ook verzorging nodig heeft. Deze omslag wordt ook wel de omslag van zorg naar welzijn genoemd.

De centrale waarde in de visie is kwaliteit van leven: mensen moeten zoveel mogelijk het leven kunnen leiden dat ze willen en gewend zijn en de dingen doen die ze gelet op hun mogelijkheden en beperkingen, zelf belangrijk en zinvol vinden.

Verantwoorde zorg draagt bij aan deze kwaliteit van leven. De visie maakt concreet hoe.

Namelijk door in de zorg de eigen regie van de cliënt centraal te stellen en door breder te kijken dan zorg alleen namelijk naar alle vier domeinen van kwaliteit van leven: participatie, woon-/leefomstandigheden, mentaal welbevinden en gezondheid.

 

Kan ook het beroepsonderwijs iets met deze visie op verantwoorde zorg? Dit artikel beschrijft welke competenties verzorgenden in huis moeten hebben volgens de Visie. Ook laat het artikel een aantal verzorgenden aan het woord. Ten slotte maken we een vergelijking met de competenties die Calibris heeft geformuleerd in het kwalificatiedossier MBO verzorgende IG dat vanaf september 2008 in gebruik is.

 

Hoe kwam de visie op verantwoorde zorg tot stand en wat gebeurt ermee?

 

Uniek aan de visie op verantwoorde zorg en het bijbehorend kwaliteitkader is dat alle partijen intensief betrokken waren, Actiz namens de zorginstellingen, de NVVA namens de verpleeghuisartsen, Sting en V&VN namens de verzorgenden en verplegenden en de LOC namens de cliëntenraden.

Inmiddels is de visie op verantwoorde zorg ook omgezet in een concreet meetinstrument (het zogenaamde Kwaliteitskader verantwoorde zorg) waarmee de inspectie kijkt of de kwaliteit in instellingen op niveau is.

Met het kwaliteitskader wordt een aantal vliegen in één klap geslagen: zoals gezegd een beoordelingsinstrument voor de inspectie, voor de cliënten geeft het keuze informatie en het management krijgt er sturingsinformatie uit. De visie is inmiddels ook verbreed naar de zorg Thuis.

 

 

Welke competenties vraagt verantwoorde zorg?

 

De visie op verantwoorde zorg sluit aan bij verschillende trends in de ouderenzorg. 

We noemen drie trends die de eigen regie van de cliënt stimuleren en de welzijnsaspecten in de zorg benadrukken:

1. Instellingen gaan vraaggericht werken.

2. Instellingen introduceren het zorgleefplan.

3. Instellingen introduceren kleinschalig wonen.

Interessante vraag is welke competenties deze veranderingen vragen van verzorgenden.

 

Ad 1. Instellingen gaan vraaggericht werken:

 

Bij vraaggericht werken moeten verzorgenden kunnen afstappen van routinematig werken. Verzorgend personeel wordt getraind om op vragen van cliënten in principe Ja! te zeggen en zich hard te maken voor die vragen.

In dialoog zijn met de cliënt staat centraal: op het moment dat de zorginstelling niet meer exact voorschrijft welke zorg aan cliënten geboden wordt, zal de verzorgende zelf met haar cliënten in kaart moeten brengen wat zij willen en met hen overleggen hoe dit gerealiseerd kan worden: ik begrijp dat u vaker gedoucht wil worden, vindt u het goed dat we dat dan 's avonds doen? Dan is het wat rustiger en hebben we meer tijd voor u.

Instellingregels loslaten en je inspannen om persoonlijke wensen van cliënten te verwezenlijken, vraagt meer creativiteit en flexibiliteit.

Over het geheel genomen wordt de verantwoordelijkheid voor het eigen werk groter. Helpenden en verzorgenden moeten meer dan voorheen reflecteren en afwegen wat in bepaalde situaties al dan niet professioneel en verantwoord is en dit ook met collega's en leidinggevenden kunnen bespreken.

 

Ad 2. Instellingen introduceren het zorgleefplan

 

Het zorgleefplan is een prachtig instrument om vraaggericht werken handen en voeten te geven. Het helpt om de cliënt en zijn wensen te leren kennen. Want kom er maar eens achter wat een bescheiden oudere wil die de zusters alleen maar zien rennen (een imam, een haring, later naar bed, bij de piano zitten?)

Ook hier gaat het om communicatie, maar nog explicieter om het kennen van de cliënt, het respecteren van de eigen levenssfeer en levenswijze. Daarnaast is het zorgleefplan idealiter een instrument waarmee de verzorgende de cliënt de regie kan geven.

Werken met het zorgleefplan betekent ook vervolg geven aan vragen van cliënten en dus actie ondernemen op andere domeinen dan zorg. Je bevraagt de cliënt op zijn wensen op het gebied van participatie, wonen en geestelijk welbevinden, naast zijn wensen op het gebied van persoonlijke verzorging. Dit vraagt weer inventiviteit, ondernemingszin, creativiteit, kennis van de sociale kaart etc.

 

Ad 3. Instellingen introduceren kleinschalig wonen

 

Met de introductie van kleinschalig wonen stappen instellingen af van groepsverzorging. In een kleinschalige setting komen bewoners goed tot hun recht, ze worden beter gekend en zullen zich eerder uitgenodigd voelen iets van hun eigen persoon te laten zien: initiatief te tonen, wensen kenbaar te maken, iets voor elkaar te betekenen, etc.

Deze verandering in de manier van wonen van cliënten ondersteunt verzorgenden krachtig bij het inzetten van nieuwe competenties: doordat de groep bewoners relatief klein is en je veel alleen bent met ze, leer je ze vanzelf echt kennen, daar kun je niet omheen. Je moet verantwoording kunnen nemen en voortdurend beslissingen nemen zonder daarover altijd te kunnen overleggen.

Competenties die onder andere genoemd worden in de literatuur over kleinschalig wonen: sociale competenties, reflecteren op normen en waarden en gedrag in het werk, zelfstandig werken, afstemmen op de cliënt.

 

Verzorgenden aan het woord

 

Sting interviewde 29 verzorgenden over de omslag van zorg naar welzijn. Hen werd gevraagd wat die omslag in het werk voor hen betekent. Op die vraag antwoordden zij drie dingen. Allereerst dat ze zich meer in de cliënt verdiepen, meer oog hebben voor zijn omgeving en zijn verleden en dat ook respecteren: ‘behouden van de eigen identiteit van de cliënt', ‘zorg richten op de cliënt zoals hij geleefd heeft en wil leven', zeggen twee van hen. Tegelijkertijd, dat hangt samen met het vorige punt, streven ze naar autonomie voor de cliënt: de cliënt zelf laten aangeven wat hij belangrijk vindt.

En ten slotte geven ze aan dat als de vraag van de cliënt niet binnen hun functie past, ze creatieve oplossingen gaan zoeken.

 

 

Welke competenties zijn nodig voor de omslag van zorg naar welzijn?

 

Kijkend naar de visie op verantwoorde zorg, de ontwikkelingen in de praktijk die meer de nadruk leggen op de welzijnskant van het leven van cliënten en de uitspraken van de geïnterviewde verzorgenden, kun je zeggen dat de volgende competenties extra aandacht vragen in het onderwijs aan verzorgend personeel:

1. De cliënt kennen: achterhalen wat de vraag is, interesse in mensen

Geïnterviewde verzorgenden noemden dit ook wel: behouden van eigen identiteit,

2. In dialoog zijn: afstemmen, samenwerken.

3. Regie bij de cliënt laten: ondersteunen bij het maken van keuzes.

In de woorden van de verzorgenden: de cliënt zelf laten aangeven wat hij belangrijk vindt, de cliënt keuzevrijheid geven

4. Zelfstandig werken: verantwoordelijk nemen, ondernemingszin.

Een verzorgende geeft een voorbeeld: Als de vraag van de cliënt niet binnen je functie past, zoek je creatieve oplossingen.

5. Kunnen reflecteren op eigen handelen.

 

Het kwalificatiedossier MBO Verzorgende IG 2008-2009 onder de loep

 

Vanaf september 2008 is het kwalificatiedossier MBO verzorgende IG operationeel. Het is van belang dat de competenties waar in het onderwijs aan gewerkt wordt, zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met de competenties die het werkveld vraagt. Wanneer dit niet zo is, bestaat de kans dat veel kort gediplomeerden snel de zorg verlaten omdat zij dat wat ze geleerd hebben, niet terugvinden in de praktijk. 

Reden voor Sting om kritisch te kijken naar het Kwalificatiedossier MBO Verzorgende IG. In welke mate zijn bovenstaande vijf competenties terug te vinden in het dossier?

 

1. De cliënt kennen

 

In het kwalificatiedossier is relatief veel aandacht voor het ‘kennen van de cliënt'. Onder kerntaak 2 Begeleiden van zorgvrager op basis van het zorgplan worden twee domeinen van kwaliteit van leven expliciet genoemd: begeleiding op het sociaal-maatschappelijke vlak en op het psycho-sociale vlak. Onder kerntaak 1 valt het Ondersteunen bij huishouden en wonen.

De competentie Aandacht en begrip tonen is een belangrijke competentie met betrekking tot het kennen van de cliënt. Bij het opstellen van het zorgplan (1.1) wordt bijvoorbeeld gesteld dat de verzorgende interesse toont, actief en aandachtig luistert, moeite doet om de ander te begrijpen, etc. Bij het geven van voorlichting (1.7) verplaatst de verzorgende zich in het standpunt van de cliënt zodat ze haar voorlichting daar op kan laten aansluiten.

Ook in de competentie Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant' richten komt het kennen van de cliënt terug (1.4): De verzorgende begrijpt wat belangrijk is voor de zorgvrager.

 

2. In dialoog zijn, samenwerken, afstemmen

 

Samenwerken met de cliënt zit vooral vervat in de competentie Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant' richten. Op verschillende plaatsen in het dossier (1.1, 1.2, 1.3, etc.) wordt het afstemmen mooi verwoord: zorgbehoeften en wensen achterhalen en deze bespreken met betrokkenen in relatie tot de mogelijkheden van de zorgverlening, voortdurend checken of zorg nog aan verwachtingen voldoet, etc.

 

3. Regie bij cliënt laten

 

Bij het beschrijven van het opstellen van het zorgplan (1.1) ademt de tekst nog wel enig eenrichtingsverkeer. Het is vooral de verzorgende die aan zet is. Hier zou beschreven kunnen worden hoe je juist van het opstellen van het zorgplan een gezamenlijk proces van verzorgende en cliënt kunt maken.

Op andere plaatsen is wel meer oog voor hoe je de regie bij de cliënt kunt houden. Bijvoorbeeld bij 1.7 Geeft voorlichting, advies, instructie. Bij de competentie Begeleiden: de verzorgende geeft duidelijk voor- en nadelen van therapieën, middelen, legt alternatieven voor zodat de  zorgvrager een goede keuze kan maken.

De toevoeging: en respecteert keuzes die cliënt maakt, zou hier nog bij passen.

 

Bij 2.1 Begeleidt een zorgvrager bij de zelfredzaamheid komt een bekend spanningsveld naar voren. De verzorgende stimuleert de zorgvrager de regie over het eigen leven te houden en dit doet zij onder andere door hem te stimuleren zo veel mogelijk zelf te doen in het huishouden en de persoonlijke verzorging.

De vraag is in hoe verre deze vorm van zelfredzaamheid (zelf uitvoeren van huishouden en persoonlijke basiszorg) daadwerkelijke nodig is om regie te hebben. Iemand die chronisch benauwd is, heeft misschien juist de regie in handen als hij er voor kiest gewassen te worden, zodat hij later op de dag nog energie heeft voor een hobby.

 

4. Zelfstandig werken

 

De competentie Zelfstandig werken heeft nog niet de plek in het kwalificatiedossier die het verdient, gezien de huidige ontwikkelingen.

Bij 1.4 Ondersteunt bij wonen en huishouden ligt zelfs de nadruk op het werken conform de aanwijzingen van de leidinggevende en nauwgezet volgen van bestaande protocollen en richtlijnen. Wat te doen bij een jarige cliënt wiens tillift stuk is, maar die toch graag voordat de visite komt, uit bed wil worden geholpen?

 

Zelfstandigheid wordt in het kwalificatiedossier over het algemeen gerelateerd aan crisissituaties of palliatieve zorg en niet aan alledaagse zorg.

De omslag van zorg naar welzijn vraagt zelfstandigheid en ondernemingszin van verzorgenden vanwege verschillende redenen. Allereerst krijgt de verzorgende andere vragen van cliënten, vragen op een ander vlak dan de zorg en wensen die vragen om het loslaten van routines: ‘Kan ik op mijn kamer avondeten?'. Met deze vragen zal zij ondernemend om moeten gaan. Naast deze andere vragen vraagt een kleinschalige werksetting om meer zelfstandigheid en vermogen om op ad hoc gebeurtenissen adequaat in te springen zonder voorafgaand overleg met collega's.

3.3 Stemt de zorgverlening af gaat nog helemaal uit van de situatie waar er altijd collega's te raadplegen zijn.

 

5. Kunnen reflecteren op eigen handelen

 

Nadenken over je werk en kritisch kijken of je professioneel bezig bent geweest en hierover verantwoording kunnen afleggen aan collega's is erg belangrijk. Het komt nog maar weinig voor in het kwalificatiedossier. Feedback ontvangen en hiervan leren (onder 3.1 en 3.3) komt het dichtst in de buurt. Als je minder werkt volgens regels en routines maar in samenwerking met de cliënt afspraken maakt over de zorg, is het vermogen om te reflecteren essentieel. Je kunt bijvoorbeeld voor jezelf en collega's verantwoorden waarom je met mijnheer naar buiten bent gegaan, hij had daar behoefte aan na twee weken binnen zitten vanwege de griep. Hierdoor heb je een andere cliënt vandaag minder nauwkeurig verzorgd. Je hebt echter op de planning gezien dat jullie daar overmorgen wel veel tijd voor hebben.

 

Conclusie

Het werkveld vraagt om extra aandacht voor een vijftal competenties in het onderwijs aan verzorgend personeel: de cliënt kennen, afstemmen met de cliënt, regie bij de cliënt laten, zelfstandig werken en kunnen reflecteren op eigen handelen.

In dit artikel is het kwalificatiedossier MBO Verzorgende IG 2008-2009 kritisch bekeken op deze competenties. Het dossier geeft veel inhoud aan de competentie de cliënt kennen. De brede blik die welzijn vraagt, komt goed tot zijn recht.

Ook het in dialoog gaan met de cliënt wordt goed uitgewerkt, de Ik-weet-wat-goed-voor-u-is-houding, behoort tot de verleden tijd. De laatste competenties regie bij de cliënt laten, zelfstandig werken en kunnen reflecteren op eigen handelen verdienen echter meer aandacht in het dossier. De ontwikkelingen in het veld vragen om een volwassen beroepsbeoefenaar die zelfstandig aan de slag kan met de cliënt en kritisch op haar eigen handelen kan reflecteren.    

 


Meer lezen:

  • Landelijke kwalificaties MBO Verzorgende IG 2008-2009. Calibris
  • Kleinschalige zorg voor medewerkers: van zorgen naar begeleiden. Hoofdstuk 2 uit: Leren van veranderen, Stoelinga, B. En M. Talma, NIZW, 2004
  • Vaardig in vraaggerichte zorg. Werkboek voor begeleiders van teams. Sting 2008
  • Client-centred care, balancing between perspectives of clients and nurses in home care. Tineke Schoot, Maastricht 2006
  • Cliëntgecentreerde zorg: leren balanceren. Gebaseerd op het proefschrift van Tineke Schoot, Hogeschool Zuyd Heerlen 2006
  • Iedereen is anders mooi toch. Werken met het zorgleefplan in multiculturele zorgorganisaties. Een werkboek voor verzorgenden. Sting 2008
  • Handreiking zorgleefplan.
  • Werkboek vraaggerichte verzorging. Samen werken aan kwaliteit van leven. Sting 2005
  • Op weg naar normen voor verantwoorde zorg. Actiz 2005
  • Kwaliteitskader verantwoorde zorg. Actiz 2007

 

  

NB: je kunt het kwalificatiedossier hier downloaden.

 


Anne Marie Vaalburg

Auteur

Anne Marie Vaalburg

Functie: Medewerker
Organisatie: Sting Zorgprojecten & Landelijke Beroepsvereniging Verzorging

Andere bijdragen van Anne Marie Vaalburg: